Het rijden van een springparcours

Omdat we niet zo vaak springen hier voor de duidelijkheid weer eens de aandachtspunten en regels op een rijtje.

Het verloop van een parcours is als volgt:

  • De ruiter komt in draf aanrijden en houdt recht voor de jury halt om te groeten.
  • De jury luidt de bel  ten teken dat er gestart kan worden. (officieel heb je dan 45 seconden de tijd om door de startlijn te gaan. In praktijk betekent dat in ieder geval in draf.)
  • Bij fouten krijg je stafpunten:

 -2  voor het afwerpen van een balk.
 -4 voor een vergissing (verkeerde kant, verkeerde sprong), het rijden van een volte , een weigering , een val.

  • De jury belt tijdens het parcours om het springen even te onderbreken wanneer er sprake is van een onveilige situatie(bv een omgevallen hindernis), een val van het paard, na de derde keer weigeren.
  • Bij 3x weigeren of een val ben je uitgesloten van de prijzen maar mag je het parcours wel vervolgen zolang wij dat verantwoord vinden. De ringmeester assisteert de ruiter en overlegt zo nodig met de jury.
  • Bij een foutloos parcours wordt er een ingebouwde barrage gereden, dit betekent dat er een aantal hindernissen nog een keer gesprongen worden. De ruiter mag meteen doorgaan. Er wordt dus niet tussentijds gebeld .
  • Na de laatste sprong mag de ruiter de rijbaan zonder groeten verlaten.
  • Er wordt door de jury niet aan het eind van de proef gebeld.

Hoe wordt een springparcours beoordeeld?

Onze parcoursen worden altijd op stijl en niet op tijd gereden omdat we het belangrijk vinden dat er correct gereden wordt en om te voorkomen dat er vanwege de tijdsdruk “gerukt en geplukt” gaat worden.

Je krijgt cijfers voor drie onderdelen nl.  halthouden & groeten, het rijden tussen de hindernissen en de houding & zit van de ruiter. Het cijfer voor halthouden & groeten telt  1x mee, de andere cijfers tellen allebei 2x mee.

Bij het halthouden & groeten wordt er gelet op het volgende:

  • De manier van aanrijden moet vlot voorwaarts zijn (draf)
  • Je moet recht voor de jury halthouden.
  • Het paard moet gehoorzaam stil blijven staan.
  • De manier van groeten (jury aankijken) en wegrijden (rechtuit).

Bij het rijden tussen de hindernissen let de jury op:

  • De controle over het grondtempo ( niet te snel maar ook zeker niet te langzaam).
  • Galop wordt (mits onder controle) hoger gewaardeerd dan draf omdat dat in de verdere springloopbaan nodig is bij hogere sprongen en parcoursen op tijd.
  • Het rijden van correcte wendingen.
  • Het recht op de sprong toerijden.

Bij de houding & zit van de ruiter is het belangrijk dat:

  • De ruiter in balans zit (stille hand, been, zit).
  • Voldoende meekomt boven de sprong (verlichte zit).
  • Het paard niet stoort in ruggebruik en mond.

Wanneer er bij de puntentelling gelijke punten gegeven zijn wordt er vervolgens gekeken naar het cijfer voor houding & zit. Zijn de punten nog steeds gelijk dan wordt er ook gekeken naar het cijfer voor de wijze van rijden tussen de hindernissen. Is er dan nog steeds geen verschil dan hebben we een ex aequo regeling. Dat wil zeggen dat er meer mensen zijn met dezelfde plaatsing en prijs.

Het rijden van een springparcours
Schuiven naar boven
Facebook